'A journey that leads to the sun.'

'A journey that leads to the sun.'
Na het uitstappen tijdens de Midwintermarathon in Apeldoorn had ik het plan gevat dit voorjaar toch nog een marathon te lopen. Niet zozeer om een scherp PR neer te zetten, maar eerder om het loopplezier, dat door het uitstappen in Apeldoorn een flinke knauw had gekregen, terug te vinden. Goed, plezier in het lopen heb ik wel. Ik ben nog steeds blij met mijn PR op de halve marathon van vorige week. Maar uitstappen in de wedstrijd waar je juist je zinnen op hebt gezet is zachtgezegd vervelend.
Eén van de eerste dagen na de Midwintermarathon had ik me ingeschreven voor de marathon van Gilze. Deze marathon wordt gelijktijdig gelopen met de ultraloop van vijfenzestig kilometer. De marathonlopers gaan voor twee ronden door de bossen van Chaam en Gilze, de ultralopers werken drie ronden af. De loop is kleinschalig, maar perfect georganiseerd en verzorgd door ‘de Lotgenoten’. Bij het ophalen van mijn startnummer ontvang ik een handige rugzak vol presentjes, onder andere een loopbelt. Na het omkleden kijk ik nog even naar de start van de ultralopers en de estafetteteams, alvorens warm te lopen. De start van de marathon is iets verder op het parcours gelegen. Bij een boerderij is provisorisch een streep getrokken. Ik word opgevangen door één van de vrijwilligers en een bijgebouw van de boerderij ingewezen. Daar zit een twintigtal marathonlopers zich te warmen bij een haardvuur. Om een paar minuten voor 11 worden we naar buiten geroepen voor de start. Eerst staan we nog bij de verkeerde streep, de eerste kilometer van de ultraloop. Iemand wijst ons erop dat we honderd meter verder moeten starten. Geen startschot, iemand van de organisatie geeft gewoon het sein dat we kunnen beginnen. Zo kan het dus ook.
Een aantal marathonlopers schiet weg. Al na de eerste kilometer is het veld uiteengeslagen en loop ik alleen. Ik had bij het groepje voor mij kunnen aanhaken, maar ik was van plan mijn eigen tempo te lopen. Heel de week had ik al last van mijn achillespees en ik wou niets forceren. Na een paar kilometer voel ik dat het niet helemaal goed zit. Regelmatig schiet er een pijnscheut door mijn been. Ik probeer stug door te blijven lopen. De kilometers gaan in 5:15. Na een kilometer of tien, in de Chaamse bossen, begint de moed in mijn schoenen te zakken. Het lopen gaat niet lekker en ik begin er steeds meer over te denken na de eerste ronde de handdoek in de ring te werpen. Maar tot start-finish wil ik proberen het tempo vast te houden. Inmiddels ben ik alweer door één marathonloper ingehaald, maar verder is er niemand voor of achter mij te bekennen. Na de derde drankpost bij het vijftienkilometerpunt gaat het weer wat beter. De finish (van de eerste ronde) is in zicht en daar put ik moed uit. Dat is precies genoeg voor mij om te besluiten na de eerste ronde door te lopen. Uitstappen kan altijd nog. Er rijden genoeg wagens van de organisatie rond waar ik in kan stappen als het echt niet meer gaat.
Na 1 uur en 48 minuten kom ik langs start-finish. Ik loop op dat moment op de achtste plaats. Bij het ingaan van de tweede ronde merk ik dat ik het tempo van 5:15 per kilometer niet meer vast kan houden. Dat maakt me eigenlijk niet zoveel meer uit. Mijn enige doel is nog uitlopen, zonder te wandelen. Ik weet dat als ik uitstap, mijn loopplezier is verdwenen. En daar komt nog bij dat het uitstappen in volgende wedstrijden wanneer het maar even tegenzit steeds makkelijker wordt. Uitstappen is vandaag dus geen optie! Net na het vijfentwintigkilometerpunt haal ik een ultraloopster in. Ik moet nog zeventien kilometer, zij nog veertig! Waar loop ik dan over te klagen? Mijn blik gaat op oneindig, mijn verstand op nul en ik sjok maar door. De kilometertijden lopen op, maar ik merk dat de pijn verdwijnt. Het lopen is niet echt aangenaam, maar het gaat. Voordat ik het weet sta ik bij de derde verzorgingspost en heb vijfendertig kilometer afgelegd. Ik neem de tijd om wat te drinken en wat chocola naar binnen te werken. Die laatste zeven kilometer moet ik ook wel doorkomen. Ik strompel door, het ziet er waarschijnlijk niet uit, maar ik weiger te wandelen. Inmiddels ben ik een paar keer ingehaald door ultralopers en estafettelopers. Pas in de laatste twee kilometer word ik ook ingehaald door een marathonloper. Dat betekent dat ik nog als negende kan finishen. Mijn tijd is ongeveer 4 uur en 4 minuten, dat betekent een verval van een half uur in de tweede ronde. Maar de tijd doet er vandaag voor mij niet toe. Het feit dat ik door heb gezet terwijl het eigenlijk niet ging is veel belangrijker. Op mentaal gebied dus een opsteker en daarom ben ik achteraf zeer tevreden.
Het voltooien van een marathon geeft toch elke keer een euforisch gevoel. Je gaat zelfs een beetje aan grootheidswaan lijden, want thuisgekomen begon ik er al aan te denken om volgend jaar in Gilze niet de marathon maar de ultra van vijfenzestig kilometer te lopen. Ach, er is toch niets leuker dan dromen en plannen maken…
Het tij kan snel keren. De teleurstelling na de midwintermaraton was maar van korte duur, want ik heb inmiddels in Drunen alweer een fantastische wedstrijd gelopen waarbij ik mijn PR op de halve marathon met bijna zes minuten heb aangescherpt!
Het was gisteren heerlijk loopweer: koud, een stevige wind en een zon die het landschap vrolijk kleurde. ’s Middags om half twee werden we met bijna duizend lopers weggeschoten voor een ronde door de Drunense Duinen. De eerste kilometers liepen door het stadje Drunen in de richting van Waalwijk. In het begin was het even wringen geblazen, iets waar ik een enorme hekel aan heb. Maar ik wist dat als ik niet in de eerste kilometers zou versnellen, ik op de smalle fietspaden door de Drunense Duinen in het gedrang zou komen. Ik had besloten niet op mijn horloge te kijken om de kilometertijden op te nemen. Ik zou gewoon lekker gaan lopen en dan maar zien waar het schip zou stranden. In de derde kilometer draaiden we al de smalle fietspaden op. Ik zat in een goede tempogroep, want het wringen was inmiddels voorbij. Op de momenten dat het heuvelop ging versnelde ik om zo wat lopers in te halen. Het lopen ging heerlijk en al snel had ik mijn ademhaling onder controle. Ik probeerde zo soepel mogelijk te lopen, rechtop, lange passen, om zo te voorkomen dat ik later in de wedstrijd verkrampt zou raken. Na een kilometer of acht , na de eerste verzorgingspost was het veld al helemaal uiteengeslagen. Ik probeerde iets te versnellen en zo steeds wat lopers op te pikken. Dat ging heel gemakkelijk. Na tien kilometer kwam ik door in 46:51, dat was zelfs onder mijn PR! Ik schrok een beetje van de tijd, misschien was ik wel veel te snel gestart.
In het tweede deel merkte ik dat al veel lopers iets aan het vertragen waren. Het gaf een goed gevoel zo steeds van groepje naar groepje te lopen. Zelfs op de open vlakte in de Drunense Duinen waar we vol in de wind liepen kon ik nog goed doortrekken. Bij de tweede verzorgingspost na veertien kilometer nam ik een kleine slok water, net genoeg om geen droge mond te krijgen. Het laatste stuk was inmiddels ingegaan. De hartslag ging steeds verder omhoog, maar niet op een onaangename manier. Ik kon mijn ademhaling nog steeds onder controle houden. Ik werd door een aantal lopers ingehaald en pikte bij dat groepje aan. Toen we na achttien kilometer het bosgebied uitliepen had ik in de gaten dat er een PR aan zou komen, ook al zou ik instorten. Maar instorten deed ik niet, ik kon zelfs nog versnellen in de laatste drie kilometer. Na twintig kilometer kwam ik door in 1:33:16, weer een PR, nadat ik op de vijftien kilometer ook een PR van 1:10:20 had neergezet. Dat gaf vleugels voor de laatste kilometer waardoor ik kon finishen in 1:38:36. Met deze tijd werd ik twintigste van de eenentwintig deelnemers bij de wedstrijd msen. Maar het klassement doet er niet toe, de tijd wel. Zeer tevreden kon ik naar Breda terugkeren. Nu maar hopen dat het volgde week zondag in Gilze ook zo goed gaat. Het loopplezier is in ieder geval helemaal terug.
De Midwintermarathon is uitgelopen op een groot fiasco. Ik was niet naar Apeldoorn gekomen om de marathon uit te lopen binnen de vier uur. Nee, ik kwam voor een PR, een tijd onder de 3:40. En na de goede ervaringen in Schoorl had ik zelfs de hoop richting de 3:30 te gaan. Volgens mijn berekeningen was dit allemaal mogelijk. Maar op de dag zelf bleek maar weer eens dat je de eindtijd van een marathon niet kunt berekenen, je moet de tijd lopen. Doordat ik steeds maar met mijn berekeningen en mijn schema bezig was, vergat ik ook nog plezier te beleven aan het lopen. Werkelijk geen moment heb ik echt in de wedstrijd gezeten. Waar ik de week ervoor in Schoorl gewoon lekker op gevoel liep, zonder teveel op de tijden te letten, was ik in Apeldoorn alleen maar bezig met mijn horloge. Alle medelopers liepen alleen maar in de weg in mijn poging een PR neer te zetten. Dat had tot gevolg dat ik na vijftien kilometer al helemaal verkrampt en chagrijnig was. Geen goede ingrediënten voor een marathon! De tijden van 5:15 per kilometer kon ik goed vasthouden, maar ik had er helemaal geen zin in. De lol was er al na vijf kilometer af. Vanaf het halve marathonpunt werd ik door steeds meer lopers gepasseerd. Daardoor verdween mijn moraal helemaal. Voor mij was de keuze snel gemaakt toen ik na het voltooien van de eerste ronde van zevenentwintig kilometer weer langs start liep: ik zou uitstappen. Ik heb mijn startnummer eraf gehaald en ben niet eens meer over de finish gegaan om mijn medaille op te halen. Bij een DNF hoort nu eenmaal geen medaille. Op het moment van uitstappen liep ik nog steeds op een schema van rond de 3:45, maar het was gewoon op bij mij. Ik had er geen zin meer in.
Misschien was de keuze om uit te stappen erg impulsief. Een half uur later had ik alweer spijt, maar ook al had ik doorgelopen, het zou nooit mijn dag zijn geweest. Het loopplezier was er niet. Iets wat ik nog maar één keer eerder heb meegemaakt: in de Mergellandmarathon toen ik na bijna vier en een half uur harkend (tijdens de kidsrun) over de finishlijn kwam. Toen heeft het zeker zes weken geduurd om te herstellen en dat wilde ik niet nog een keer laten gebeuren.
Inmiddels heb ik nieuwe plannen gemaakt, want ik wil dit voorjaar nog een marathon lopen. Zondag over twee weken loop ik tijdens de Ultraloop Gilze de marathon. De ultralopers gaan voor de 65 kilometer, ik voor de 42,195. Vandaag heb ik op de mountainbike het parcours verkend. Het is een mooi, maar zwaar parcours door de weilanden rond Gilze en de bossen van Chaam. Er moeten twee ronden van 21 kilometer gelopen worden, waarvan tien kilometer door het open veld. Het weer zal voor een groot deel bepalen wat voor tijden er mogelijk zijn. Maar ik maak niet weer de fout te veel te focussen op de eindtijd. Enig doel is – hoe gek het ook misschien klinkt - met plezier de marathon te voltooien.
Voorafgaand aan de marathon van Gilze loop ik volgende week eerst nog de halve marathon van Drunen. Na deze twee evenementen is het dan weer even mooi geweest. Dan wordt het tijd om te trainen en om de racefiets en de mountainbike van stal te halen.
Grrr%#*@*+#^rrr!!!! Soms heb je van die dagen dat het gewoon niet wil lukken. Mijn beoogde eindtijd van de Midwintermarathon, 3:40, werd een DNF! Laten we deze dag maar heel snel vergeten…
Laatste reacties