'A journey that leads to the sun.'

'A journey that leads to the sun.'
De winter blijft aanhouden. In Nederland zijn daardoor vele lopen afgelast. Onze zuiderburen willen daar echter niets van weten. Er moet en zal gelopen worden; hoe zwaarder de omstandigheden, hoe beter. Ik heb het geweten, want de trail in Mont-Saint-Aubert was zwaar. Eerst verbaasden we ons erover hoe het mogelijk was in de buurt van Doornik in Zuid-België een tocht van bijna dertig kilometer uit te zetten met zoveel hoogtemeters, totdat we Mont-Saint-Aubert beklommen, een gehucht net buiten Doornik. Het dorpje lag op een eenzame pukkel middenin een uitgestrekt landschap. En deze pukkel zouden we enkele malen langs allerlei kanten moeten beklimmen om aan de benodigde hoogtemeters te komen.
Zoals altijd bij de trails in België was alles perfect georganiseerd. Voor het minimale inschrijfgeld kregen we een startnummer, een chip, een fles tripel van de plaatselijke bierbrouwer en een uitgebreide bevoorrading onderweg. Ik verbaas me er elke keer weer over dat de Nederlandse organisatoren soms wel het vijfvoudige vragen voor een loop en daar nog minder voor kunnen bieden. Zij zouden eens een voorbeeld moeten nemen aan de gemoedelijke loopcultuur van bij zuiderburen.
Om klokslag tien uur werden we met zo’n vierhonderd lopers weggeschoten. Nou ja weggeschoten, ergens vanuit de menigte werd afgeteld en langzaam kwam het pak in beweging. De helft van de lopers ging voor de veertien kilometer, de andere helft voor de volledige afstand van 29,3 kilometer. We begonnen meteen aan een lange gladde afdaling. Het was oppassen geblazen en in de eerste kilometers zag ik al enkele lopers onderuit gaan. Na een afdaling van bijna twee kilometer was het duidelijk hoe we aan de hoogtemeters zouden gaan komen: we moesten weer steil omhoog klimmen naar de start. Mijn hoop om binnen de drie uur te finishen en gemiddeld tien kilometer per uur te lopen was meteen vervlogen. Ik mocht al blij zijn dat ik niet hele stukken zou moeten wandelen, want van hardlopen was er tijdens deze klim geen sprake meer. Eenmaal boven gekomen mochten we weer meteen Mont-Saint-Aubert afdalen, dwars door de weilanden heen, om daarna weer een andere klim naar het gehucht te maken. Het kon wel eens zwaarder worden dan verwacht.
Na een kilometer of tien kwamen we een klim tegen waarbij we enkele honderden meters lang ver in de modder wegzakten. De trail leek eerder een zware veldloop met veel hoogtemeters. Op sommige plaatsen waren zelfs touwen gespannen omdat het klimmen anders onmogelijk was. In de afdaling werden we ineens een boerenschuur ingeleid waar de koeien ons net zo verbaasd stonden aan te kijken. Even verder was de eerste bevoorrading. Daarna was het weer klimmen tot Mont-Saint-Aubert. Van alle kanten werd ik ingehaald en zette dus een tandje bij. Wat later bleek was dat ik werd ingehaald door lopers die slechts de halve afstand liepen, want na start-finish was ik de enige uit de groep die doorging. De wegen waren ineens verlaten en alleen in de verte zag ik nog wat lopers.
Hoewel de tweede ronde minder hoogtemeters kende, werd het lopen voor het gevoel toch veel zwaarder. We moesten door drassige weilanden waarvan de bovenlaag bevroren was, maar waaronder je tot ver over je enkels in het ijswater zakte. Ik had het gevoel dat ik nog wel een tijd kon doorgaan, maar niet op volle snelheid. Ik werd in de afdalingen en op de vlakke stukken regelmatig ingehaald, maar in de beklimmingen - waar ik door bleef lopen - haalde ik de wandelende medelopers weer in. De laatste vijf kilometer heb ik nog wat aangezet omdat ik de hoop had toch nog rond de drie uur te kunnen finishen, maar dat bleek ijdele hoop tijdens de laatste steile klim naar Mont-Saint-Aubert. Na een eindsprint kon ik als nummer achtentachtig finishen in 3:13:00. Tot mijn grote frustratie is mijn tijd echter niet opgenomen in de einduitslag en sta ik alleen vermeld als finisher op de halve afstand. Maar goed, lopen doe je uiteindelijk niet voor het klassement, maar voor jezelf en ik heb weer heerlijk een zondag in de modder mogen spelen. Dat stemt tevreden.
‘The times they are a-changing!’ Bob Dylan zingt het maar is het wel zo? Of de tijden werkelijk veranderen is één van de vragen die ik gedwongen werd te stellen bij het lezen van Safranski’s biografie over filosoof Martin Heidegger. Rüdiger Safranski weet in ‘Heidegger en zijn tijd’ op een magistrale wijze het denken van Heidegger uit te leggen èn te plaatsen in zijn levensloop en de algehele maatschappelijke stemmingen en ontwikkelingen. De behandeling van ‘de vraag naar zijn’ en ‘de vraag naar de zin van zijn’ worden door Safranski afgewisseld met biografische beschouwingen over Heidegger. Wat opvalt is dat ‘de vraag naar zijn’ die Heidegger stelt enerzijds gevoed wordt door zijn enorme verwondering over het bestaan, maar anderzijds ook uit een fundamentele onvrede met de toestand waarin de wetenschap, de filosofie, de politiek, kortom: de gehele maatschappij verkeert. De wereld waarin geleefd wordt is ziek en de mens is gedegenereerd: mensen laten geen chaos meer in zich toe, stellen zich er tevreden mee de gerieflijkheid van het geluk te hebben gevonden, ze hebben de streek waar het leven hard was verlaten en nemen genoegen met hun pleziertje voor dag en nacht en aanbidden verder alleen hun gezondheid. In deze context is een filosoof die zich bekommert om de werkelijk fundamentele kwestie ‘waarom er iets is en niet veeleer niets’ een roepende in de woestijn. De filosofie is verworden tot de dienstmaagd van de wetenschappen in plaats van de moeder aller wetenschappen te zijn; ‘de vraag naar zin’ is vervangen door ‘de vraag naar nut’. De oorspronkelijke ervaring van verwondering is in de maatschappij uitgebannen. Heidegger spreekt van ‘ontleving’: we slijten ons leven, maar kennen onszelf niet. We zijn onszelf een blinde vlek. Werkelijk vragen èn werkelijk leven is afgeleerd in het tijdperk van de techniek, waarin ons bestaan niet door een oneindige hartstocht, maar door een hartstocht voor het oneindige wordt gegrepen. De menselijke geest is beroofd van zijn macht. Ten eerste wordt de geest gereduceerd tot instrumentele rede. Het gaat alleen nog maar om berekening en beschouwing van bij voorbaat gegeven dingen en de mogelijke verandering en het opnieuw vervaardigen ervan. Ten tweede wordt die berekenende geest dienstbaar gemaakt aan ideologie of wereldbeschouwing. Wat daarbij verduisterd wordt zijn de wezenlijke vragen als waartoe? – waarheen? – en wat dan?
Heidegger is inmiddels dertig jaar dood en zijn laatste belangrijke geschrift ‘Die Frage nach der Technik’ is meer dan vijftig jaar geleden verschenen. In die tijd lijkt er niets in positieve zin te zijn veranderd. Sterker nog, het lijkt alleen maar erger te zijn geworden. De houding van de intelligentsia waartegen Heidegger ageert lijkt inmiddels geïnfiltreerd in het gehele maatschappelijke en politieke leven. Valse retoriek, nuttigheidsdenken en geschreeuw domineren het debat op alle terreinen van het leven, waardoor de werkelijk fundamentele vragen van het bestaan verstommen. Waar zijn de echte filosofen als je ze nodig hebt? Hebben zij de grot inmiddels verlaten?
Sommige sporters zijn op dit moment aan het aftellen tot Vancouver, ik ben aan het aftellen tot de Midwintermarathon. Nog vier weken en dan moet het gebeuren. Ik wil toch zeker vijftien minuten onder mijn PR lopen.
Afgelopen zaterdag was het daarom tijd voor de laatste echt lange duurtraining. In de middag vertrokken we voor een ronde van iets meer dan vijfendertig kilometer door de Haagse en Ettense Beemden. Het weer was prima, een beetje vochtig, maar niet koud. Het was de bedoeling om precies vijf minuten en dertig seconden per kilometer te lopen. Dat houdt in dat je zeker de eerste vijf kilometer met de rem erop moet lopen. Je weet dat je veel sneller kunt en dan voelt het zo onnatuurlijk om langzaam te starten. Maar een te snelle start moet je op het einde bekopen.
Toen we na een kilometer of vijf bij de Asterdplas aankamen, zaten we in een goed ritme. Vanaf de Asterd liepen we langs de Mark het buitengebied in. Er was bijna niemand op de weg, slechts een enkele loper. Langs de weg was echter genoeg te zien: zwanen, reigers, aalscholvers en meerkoeten. Op sommige plaatsen waren sneeuw en ijs zelfs nog niet verdwenen. Bijna tien kilometer liepen we door de polder voordat we de A16 moesten oversteken. Het was inmiddels lichtjes begonnen te regenen, echter niet storend en de kilometers vlogen voorbij. Na de oversteek van de A16 konden we weer een tijdje het fietspad langs de Mark volgen. Net voordat we het twintig-kilometer-punt passeerden moesten we de Mark verlaten om over een dijk door de Ettense Beemden richting de Zwartenbergse molen te lopen. De vele glibberige roosters en de stevige tegenwind maakten het lopen zwaarder, maar we liepen nog steeds goed op schema.
Net voordat we de haven van Etten-Leur zouden bereiken zijn we linksaf geslagen richting Liesbosch. De vijfentwintig kilometer hadden we inmiddels gepasseerd. Het lopen ging duidelijk moeizamer en het bleek zwaar het tempo vast te houden. Per kilometer verloren we een paar seconden op het schema. Aangekomen bij het Liesbosch moesten we nog een extra lus maken om aan de benodigde kilometers te geraken. Het was inmiddels donker en koud. Met moeite konden we weer iets onder de 5:30 gaan lopen, maar ik voelde dat mijn hartslag daardoor verder omhoog ging. De spieren raakten verkrampt, maar de gedachte dat we er bijna waren gaf de moed om door te zetten. Het zijn juist deze kilometers die je moet maken om straks die marathon goed door te komen.
Na de ronde om het Liesbosch zaten we op vierendertig kilometer. Alleen nog de A16 onderdoor, maar dat ging niet meer van harte! Bij het binnenkomen van Breda in de wijk Tuinzigt zaten we op vijfendertig kilometer. We hadden er 3:11:30 over gedaan. Precies één minuut onder het schema dat we vooraf bepaald hadden. Dat geeft hoop voor komende weken. ’s Avonds kon ik met een gerust hart en een licht euforisch gevoel op de bank voor de TV hangen.
Vandaag heb ik rustig tien kilometer uitgelopen wat het kilometertotaal van deze week weer boven de tachtig brengt. Volgende week nog één zware week met als hoogtepunt op zondag de trail in Doornik en daarna rustig afbouwen tot de midwintermarathon.
Soms moet je jezelf trakteren! Afgelopen zaterdag was ik in de boekhandel op zoek naar het boek over de beroemde metafysicacolleges van Martin Heidegger. ‘Wat is metafysica?’ was echter niet meer te vinden in de uitgave die ik graag zou willen hebben; wel viel mijn oog op een box met daarin het verzameld werk van Plato, in zeventien delen. Zo’n vijftien jaar geleden zijn Hans Warren en Mario Molegraaf begonnen met de vertaling van het gehele oeuvre van Plato. In 1994 verscheen het eerste deel: Euthydenos, Ion, Menexenos, Hippias, in 2008 het laatste: Wetten. Het enorme project is alleen afgerond door Mario Molegraaf, omdat Hans Warren in de tussentijd is overleden. De zeventien delen zijn eenmalig in een box verschenen. Bij de uitgeverij Bert Bakker is de voorraad inmiddels helemaal op.
Ik heb maar heel even getwijfeld voordat ik diep in de buidel tastte om het verzameld werk aan te schaffen. Een hele investering, maar aan de andere kant was de box zo afgeprijsd dat je hem moeilijk kon laten liggen. Plato hoort nu eenmaal niet in de ramsj.
Ze zeggen wel eens dat heel de geschiedenis van de westerse filosofie niet meer is dan een aantal voetnoten bij Plato. Dat is ook waar ik u op ga trakteren dit jaar. Mijn bevindingen bij het lezen van Plato zullen vanaf heden te volgen zijn in een nieuwe categorie: ‘voetnoten bij Plato’.
Na een periode van relatieve rust en training stond vandaag de eerste wedstrijd van dit jaar op het programma: de mastboscross. De organisatie had laten weten dat ondanks het koude weer en het gladde parcours de cross ‘gewoon’ door zou gaan. Er is ook geen enkele reden waarom je met dit weer niet in het bos zou kunnen lopen. Met de kerstdagen heb ik nog honderd kilometer gelopen over mountainbikeroutes in Zuid-Limburg. Het weer was toen nog een stuk ‘beroerder’, het had enorm gesneeuwd en zelfs toen was er redelijk te lopen.
Ik was benieuwd wat vandaag zou gaan brengen. Ik was redelijk uitgerust en had afgelopen tijd bij AV Sprint wat op snelheid getraind. Het doel van vandaag was de 9800 meter binnen 48 minuten te lopen. De laatste keer dat ik deze afstand op de cross had gelopen was in 2008 en toen finishte ik als vijfenzeventigste in 52:22. Dat moest vandaag een stuk sneller kunnen.
Aan de start was ik een van de weinigen in korte broek, de meeste lopers hadden besloten zich wat warmer aan te kleden. Ondanks de kou was het goed te doen. Ik had dan ook meer dan een half uur de tijd genomen om goed warm te lopen.
Er waren een kleine honderd lopers op komen dagen voor de langste afstand van vandaag. Om 10:15 werden we weggeschoten. Er stond één kleine ronde op het programma en daarna vijf grote ronden met halverwege steeds wat obstakels in de vorm van heuveltjes en geultjes die overwonnen moesten worden. Maar dat waren niet de grootste obstakels vandaag. Het probleem was de gladde ondergrond. De sneeuw was overal platgetrapt waardoor er een ijsvloer in het bos was komen te liggen. Bij elke stap gleed je weg waardoor je steeds kracht verspilde.
Ik startte rustig en liet de eerste honderden meters een heleboel lopers voorgaan. Het voordeel is dat je dan aan een lange inhaalrace kan beginnen. Dat werkt meer motiverend dan dat je halverwege zelf door allerlei lopers ingehaald wordt. Na de eerste korte ronde werd ik nog maar één keer ingehaald, net voor het ingaan van de laatste ronde door de uiteindelijke winnaar. Ik ben dus net gedubbeld!
Uiteindelijk ging het allemaal goed ondanks de zware omstandigheden. De kilometers gingen allemaal tussen de 4:50 en 4:55. Sneller dan ik had verwacht. Na een laatste eindsprint wist ik als zevenentwintigste te finishen in 46:55. Meer dan vijf minuten sneller dan mijn tijd van 2008. Toch iets om tevreden over te zijn. En ook goed genoeg om met vertrouwen vooruit te kijken naar de komende wedstrijden: de trail in Doornik en Groet uit Schoorl. Het hoogtepunt van het voorjaar moet de Midwintermarathon in Apeldoorn worden. Daar wil ik in ieder geval onder de 3:45 finishen.
Laatste reacties